70mm beeld
Al rond de eeuwwisseling vanaf 1899 werden talloze korte registraties van circa een minuut gefilmd op 68mm formaat, waaronder ook diverse door de Nederlandsche Biograaf- en Mutoscope Maatschappij in Amsterdam, met de oudste filmbeelden van Nederland (te zien in tv programma Andere Tijden, 26-3-2000).
70mm formaat werd begin jaren dertig ontwikkeld maar opnieuw toegepast vanaf 1955 op initiatief van de Amerikaanse producent Michael Todd, als verbeterde opvolger van de complexe Cinerama techniek. Bij zijn 70mm Todd-AO systeem kon met één projector op een groter scherm als bij 35mm worden geprojecteerd. 35mm CinemaScope kon een even brede wand als 70mm vullen maar 70mm kon bovendien ook in de hoogte wandvullend zijn en desondanks met toename van beeldkwaliteit aan scherpte, helderheid, beeldstabiliteit. "Om dit doel te bereiken moest een nieuwe lens en dientengevolge ook een geheel nieuwe camera worden ontworpen dat de opnamen vastlegt op een filmband [negatief] die 65mm breed is in plaats van de gebruikelijke 35mm. De lens is in staat een even wijd beeld op te nemen als het menselijk oog" [OKLAHOMA, Parool, 22-1-1955].
Bij de installatie van 70mm in Parade-Casino Den Bosch in 1960 schreef de Bioscoopbond in haar vakblad "Film": "Het nuttige beeldoppervlak van zeventig millimeter film in de projector is meer dan driemaal zo groot als dat van normale film. Elk beeld van zeventig millimeter is namelijk niet alleen tweemaal zo breed, maar ook aanzienlijk hoger dan dat van 35 millimeter film. Dat betekent, dat men naar gelang van de grootte van het theater de doekoppervlakte drie- of viermaal zo groot zou kunnen maken, zonder dat de beeldkwaliteit eronder te lijden heeft. Zo ver gaat men echter niet. Het oppervlaktevoordeel van de zeventig millimeter film wordt voor een belangrijk deel uitgebuit om de beeldkwaliteit en de plastische werking te verbeteren. Op deze wijze is het mogelijk om de beeldscherpte tot het maximum op te voeren, zodat het geprojecteerde beeld zelfs bij beschouwing van vlakbij haarscherp blijft. Bovendien vult het ongebroken en volkomen homogene beeld door zijn grote hoogte en breedte het gezichtsveld van de kijker vanaf alle zitplaatsen geheel. Het effect daarvan en mede van het sterk gebogen doek en het stereofonisch geluid is, dat de toeschouwers zich geheel in het beeld voelen opgenomen" ["Film", augustus-september 1960].
"Behalve Todd-AO ontstonden andere 70mm systemen met dezelfde 1:2.20 beeldverhouding. Daaronder Panavision 70, later Super Panavision genoemd, Superpanorama en Super Technirama. Daarnaast kwamen er 70mm-systemen met afwijkende lenzen en beeldverhoudingen: MGM Camera 65, later herdoopt in Ultra Panavision, het daarvan afgeleide Super-Cinerama, en de Super-Cinerama lookalike Dimension 150. Voor deze systemen waren ofwel speciale (anamorfotische) projektielenzen en extreem brede projectieschermen nodig (Camera 65 en Ultra Panavision, met beeldverhouding 1:2.76), of grote en sterk gebogen projektieschermen en speciale projektielenzen met extra scherptediepte voor zulke schermen (Super Cinerama en Dimension 150). In Nederland, en in veel andere landen, waren geen bioscoopeigenaren die ook nog eens die extra investering wilden doen met uitzondering van Super Cinerama. Voor dat systeem werden bestaande 3-panel Cinerama theaters omgebouwd (Cinerama Rotterdam) of werden nieuwe theaters gebouwd (Bellevue Cinerama Amsterdam, en vele andere soortgelijke theaters in het buitenland). Om MGM Camera 65 (alias Ultra Panavision) films toch in nederlandse bioscopen te vertonen werden deze met verkleinde beeldverhouding uitgebracht (door
stukjes beeld aan de linker en rechter beeldranden weg te laten) en op 35mm CinemaScope (1:2.35) geprint, zoals MUTINY ON THE BOUNTY, of op normaal 70mm (1:2.20) zoals THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE, en de eerste 70mm-vertoningen van BEN-HUR vanaf 1970 (BEN-HUR was oorspronkelijk in Nederland op een speciaal aangepast 35mm CinemaScope-formaat van 1:2.50 uitgebracht om de bedoelde verhouding van 1:2.76 te benaderen. Op de huidige DVD van BEN-HUR is de verhouding ook bijna bereikt met een verhouding van 1:2.66)" volgens operateur George Schuller.
"70mm heeft een hoogte-breedteverhouding van 1:2.20 (hoogte past 2.20 maal in de breedte). CinemaScope heeft verhouding 1:2.35. CinemaScope is dus, bij gelijke beeldhoogte iets breder (!) dan 70mm. Of, bij gelijke breedte is 70mm iets hoger dan CinemaScope. 70mm kán door het veel grotere filmbeeldje in de breedte én hoogte groter geprojecteerd worden. Maar dat hangt af van de zaalbouw in de bioscoop. In Bellevue was er géén verstelbaar hoogtekader, dus álle beelden waren even hoog. 70mm en CinemaScope waren er precies even breed en even hoog... In andere bioscopen (zoals Du Midi en Flora) was door middel van een verstelbaar hoogtekader het 70mm beeld even breed, maar iets hoger dan CinemaScope" volgens George Schuller. Zie voor 70mm breedbeeldverhoudingen ook 'The importance of Panavision' door Adriaan Bijl.
De eerste 70mm hoofdfilms OKLAHOMA! en AROUND THE WORLD IN 80 DAYS hadden een hogere opname- en projectiesnelheid van 30 (in plaats van 24) beelden per seconde voor nog betere beeld- en geluidskwaliteit. Maar ten behoeve van CinemaScope prints moest tevens een tweede versie simultaan met 35mm camera's worden gefilmd. Vanaf de derde hoofdfilm werd overgegaan op 24 beelden per seconde (zoals bij 35mm) vanwege het te grote materiaalverbruik en om kopiëren van 70mm naar 35mm reducties mogelijk te maken. Ook bij 24 beelden per seconde en ook zonder verlengde roadshow-versies hadden 70mm prints een grotere lengte dan 35mm prints. Een 70mm beeldje beslaat 5 perforatiegaatje en een 35mm beeldje 4 gaatjes. Elk 70mm beeldje is dus een kwart hoger dan een 35mm beeldje en de totale filmlengte op 70mm is dus een kwart langer dan op 35mm. Zo had de Nederlandse 35mm print van THE GREATEST STORY EVER TOLD een lengte van 5362 meter en de 70mm print 6702 meter.