Operateurs

Sinds 1953 publiceerde het NBB (Bioscoopbond) blad allerlei artikelen voor de bioscoopsector over breedbeeld ontwikkelingen onder titels als Derde Dimensie, New Look, Technisch Rapport enz. En in 1955 publiceerde het Instituut voor Opleiding van Technisch Bioscooppersoneel het handboek 'Grootbeeldprojectie, beeld en geluid bij de filmprojectie op nieuwe wegen'. Vooral 70mm was tamelijk ingrijpend. "De 70mm filmspoelen waren tweemaal zo breed en veel zwaarder dan de 'normale' 35mm spoelen, hetgeen heel wat extra kracht vergde bij het inleggen van de aktes. Deze waren, door het formaat van de film, ook nog aanzienlijk korter in speelduur, waardoor er dus meer aktewisselingen plaatsvinden" volgens Heerlense operateur Ivo Senden [in zijn boek Royal 1938-2008]. Een middellange film als WEST SIDE STORY van 152 minuten had 8 akten met een gewicht van circa 20 kilo per stuk [Gelderlander, 19-10-1963]. Tijdens elke voorstelling moesten de akten handmatig twee meter hoog in de projector worden getild en WEST SIDE STORY's succes vergde derhalve ruim 10.000 keer tillen voor Du Midi operateurs. Bij een langere film kon het aantal akten oplopen zoals BEN-HUR met 13 akten. In 1977 was Helena van der Elst in Catharijne Utrecht de enige Nederlandse gediplomeerde operatrice. "Zij kan de techniek uitstekend de baas en heeft alleen af en toe wat hulp nodig bij het hoog optillen van de zware trommels voor de [DP70] 70mm-machines" ["Film", 15-9-1977].

Palace Haarlem operateur Kees Slings beleefde ooit "een fatale vertoning van BEN-HUR op 70mm, ergens eind 1977 of begin ‘78. Werkelijk alles ging fout. Ik werkte nog maar pas in Palace en de cabine stond vol met spoelen. Zoals elders... uitgelegd, duurde een 70mm spoel niet erg lang. Tijd om de spoelen, sommige met 1 en andere met 2 van de in totaal 13 actes, netjes in de genummerde vakken van de spoelenkast te zetten, was er niet altijd. Op een kwaad moment ontdekte ik na de overname dat ik een spoel overgeslagen had. Op de laatste beelden voor de overname lag Charlton Heston geketend op een vlot te midden van brandende galeiboten, en op die van na de overname zat hij in Rome met een witte jurk aan op schoot bij keizer Tiberias. Er klonk gefluit uit de zaal, dat in de cabine vaag hoorbaar was. Inleggen van een 70mm spoel ging beduidend trager dan 35mm. Toen ik met trillende vingers eindelijk de juiste spoel ingelegd had, het ‘rode storingsvoetlicht' doofde en de DP70 weer startte, bleek dat ik nu een niet teruggespoelde spoel ingelegd had, met als gevolg een omgekeerd beeld. Nu begon het gemor, gefluit en het spottende gejuich met kracht door de dikke cabinewand door te dringen. De derde poging was wel succesvol, want spoedig na de start hield het verschrikkelijke geluid dat uit de zaal kwam, en dat elke operateur met een hart in zijn donder nachtmerries bezorgt, op" volgens Kees Slings in 2007. "Tijdens de tweede week van Douglas Trumbull's BRAINSTORM met magneetgeluid, ergens begin tachtiger jaren, kreeg de Philips 'Lange Jan' geluidstoren [versterker] een zwaar infarct. Kaartjes moesten worden terugbetaald... Ik heb Todd-AO altijd erg spannend gevonden om te draaien, helemaal met films als BEN-HUR en zo. Maar ik herinner me ook dat de eerste 35 copie daarna een wonder van soepel lopende eenvoud en gemak was. Geen omkijken naar!... [Toch was ik trots] om als jong operateur zulke schitterende vertoningen te kunnen verzorgen. Ik was vol ontzag voor het prachtige medium" volgens Kees Slings.

Eric Le Mathieu van Imax Rotterdam (dat tevens conventionele 70mm vertoonde) bevestigde in 1990 "dat er constant iemand naast de projector moest zitten. Het 70mm-materiaal is dikker en veel stugger, moeilijker hanteerbaar en daardoor is de kans op breuk of blijvende beschadiging groter. Je moet meteen kunnen ingrijpen als er iets fout gaat" [Bram Reijnhoudt, Skoop, december 1990-januari 1991]. Du Midi operateur Barry van der Sluis moest bij het terugspoelen altijd letten op eventuele schade. Door de sterke drager brak 70mm niet gewoon zoals bij 35mm maar kon deze tijdens projectie bij schade in de lengte doormidden splijten. Hij draaide het hele jaar dezelfde WEST SIDE STORY kopie maar breuken werden niet zonder meer geplakt. Indien daarbij 'springers' optraden werd de hele scène opnieuw in een Brussels laboratorium geprint en na een paar weken levertijd vervangen, op kosten van Nova-distributie. Toen dit gebeurde in het dansnummer 'Cool' werd de hele garage-scène vervangen voor continuïteit in handeling, geluid en kleur, volgens Barry van der Sluis in 2006. Ook Saul Bass' (versleten) proloog werd vervangen, maar bleef bewaard bij operateur Edward Pelsma thuis.

"De ervaring met 70mm films was in Bellevue Cinerama helemaal niet zo problematisch. Althans zolang de film niet stokoud, verdroogd en gekrompen was. DOCTOR ZHIVAGO draaide 76 weken zonder probleem, en was nog perfect draaibaar in volgende theaters. Corso Rotterdam spande de kroon met 125 weken THE SOUND OF MUSIC met een en dezelfde kopie. Hetgeen de operateurs nog een bedankbrief opleverde van regisseur Robert Wise!... In Bellevue was het dus niet de film maar de onbetrouwbare Cinemeccanica SuperZenith 450 booglampen die konstant in de gaten moesten worden gehouden, om te voorkomen dat het projectielicht uitviel of te donker werd" volgens George Schuller. "The depth of field of our lenses is completely used up by our deeply curved screen, so focussing is extremely critical here. Every advertisement, trailer or short has to be re-focussed. After every change-over we have to re-focus, sometimes even in the middle of the reel" volgens zijn uitvoerige rapportage van 19-2-1974 [aan Cinerama Inc., Londen, pagina 6].

Henk Steenkamp werkte in Vreeburg Utrecht. "Ik ben daar van 1966 tot en met 1973 filmoperateur geweest in de filmcabine die je via een houten wenteltrap kon bereiken. Er stonden twee grote Philips DP70 projectoren... We draaiden veel films van MGM; dat waren 'oorlogs-romantiekfilms' en ook grote 70mm films zoals BEN-HUR en DOCTOR ZHIVAGO (die heeft er circa 1,5 jaar gedraaid)" volgens Henk Steenkamp [De Oud Utrechter, 19-4-2011, ook online deoud-utrechter.nl/archief/dou/2011/week16_jaargang2.pdf].

Tijdens de Uitmarkt 1988 was er openluchtprojectie van SKY OVER HOLLAND vanaf de Halvemaansbrug over de Amstel op de gevel van het Universiteitstheater, maar dit vergde meer dan projectie. "Onder het doek tegen de pui lag een schuit met daarop de luidsprekers (ex-effect luidsprekers uit Cinerama Rotterdam, Altec-Lansing) en de kunst was om daar over het water het signaal naar toe te brengen zonder de scheepvaart te belemmeren... We hadden een waterfiets gehuurd om de kabels over te varen, maar dat faalde volkomen: het gewicht van het touw (waarmee we de kabels over het water wilden trekken) trok de waterfiets gewoon terug waar die vandaan kwam. [Assistent] Bas-Jan heeft toen het touw al zwemmend de Amstel over gekregen" volgens operateur Nico Komen in 2008.

Ook in de nadagen waren er operateurs met gevoel voor theater zoals bij een blowup in Parade Den Bosch. "De laatste die ik deed was THE LONGEST DAY [in 2002]. Vooraf presenteerde ik het publiek een widescreen voorprogramma met b.v. een polygoon wat over D-Day ging, en de Star Sister clip. Vandaar uit een strakke overname naar het 70mm beeld, het publiek vond het geweldig" volgens Harry Westervoort in 2007.

Uniek was Hans Crane. "Hans Crane (24) uit Groningen heeft een heel bijzondere hobby. Overdag is hij werkzaam als elektrotechnicus en ’s avonds treedt hij vaak op als operateur in Camera en Studio. Filmprojectoren boeien hem in hoge mate. Daarom heeft de filmprojectoer van Camera op ware grootte nagebouwd. Deze houten projector staat nu als versierend element in de foyer van het Studio theater aan het Hereplein te Groningen. Crane heeft ongeveer drie jaar aan zijn projector gewerkt. Hij is als het ware van binnen uit begonnen met het mechaniek van de projector. Crane: 'Toen ik merkte dat ik eigenlijk met het hele apparaat bezig was, besloot ik ermee door te gaan'. De projector is inclusief een groot aantal tandwielen van hout (multiplex) gemaakt. De projector werkt helemaal maar is toch voor normale bioscoopprojectie ongeschikt. De gebruikte materialen laten de vereiste projectiesnelheid van 24 beeldjes per seconde niet toe. De snelheid van de projector van Crane bedraagt ongeveer een kwart van die van een echte projector. Voor slow motionfilms dus. Crane werkt momenteel aan een miniatuurmodel van dezelfde projector (schaal 1:10). Crane is een veelzijdig man. Hij is volledig bevoegd operateur, studeert op Egyptische hiërogliefen en speelt klassieke pianomuziek" [Filmprojector van hout. Nieuwsblad van het Noorden, 1974].

Heleen van der Molen begon circa 1995 een bijbaan als Filmmuseum operateur. "De films werden vaak op overname gedraaid, dus een hoofdfilm werd per akte gedraaid. Zo’n [35mm] film heeft meestal 6 aktes van ongeveer 17 minuten, de projectoren draaiden afwisselend steeds een akte, en je moest letten op de overnametekens. Dat was spannend, ambachtelijk, en het onderscheidde je van de andere operateurs in de ‘gewone’ bioscopen die dat nooit gedaan hadden... Soms was er een Indiaas  filmfestival, en Indiase films met overname projecteren is topsport. Een film bestaat uit ruim 20 aktes van ongeveer 6 minuten elk. Terwijl een akte draait moet je de vorige akte terugspoelen, de volgende erop zetten en scherp zetten. De bovenfrictie van de projectoren was niet goed, de spoelen draaiden te snel, dus die moest je tussen alle hectiek door ook nog voorzichtig afremmen, gewoon met de hand of iets verzinnen met wasknijpers en kartonnetjes" volgens Heleen van der Molen in 2016.

"Ik geloof overigens niet dat bioscopen snel met electronische projecties gaan werken. Het kan al wel maar de beeldkwaliteit is nog heel beroerd. Ik zal het gelukkig niet meer meemaken" volgens Groningen Camera chef-operateur Gerard Bierling (overleden 2010) in een interview met Siebrand Vos [Nieuwsblad van het Noorden, 24-9-1993].