CITY, ZAAL 1, KLEINE GARTMANPLANTSOEN 13-17 & KORTE LEIDSEDWARSSTRAAT (1935-)

70mm vertoning 1970-1982?, met Philips DP75 projectoren, met 16x8 meter scherm tot 1992. 
Architecten: Jan Wils, interieur Oscar Rosendahl (1935), talloze verbouwers waaronder A.E.G. & J.D. Postma (1967, gevelplaten), Van Splunder (1969, zaal), Spaargaren, Valkenberg & Partners (vanaf 1973, inbouwzalen), Manten & Lugthart (1986, onderpui), G.J. van Delft (1994, gevel), Rappange & Partners (2009, nieuw interieur en restauratie gevel).
Exploitanten: City Theater NV (1935-1984), Cannon Tuschinski (1985-1991), MGM Cinemas (1991-1995), Pathé Theatres (sinds 1995).

INLEIDING

City opende in 1935 als "bioscoopcomplex dat nog 100 zitplaatsen meer moest bieden dan Tuschinski... De 1.856 stoelen gaven de grootste bioscoopzaal van Nederland een ongekend luxueuze uitstraling" volgens Sjaak Priester [Ons Amsterdam, januari 2008]. Architect Jan Wils gaf City een gele baksteengevel (net als de nog bestaande gevel van zijn Van Swinden bioscoop). De indrukwekkende zaal kreeg zitplaatsen in een kwart cirkel met een diagonale lengteas, net als Cineac Reguliersbreestraat. "De lengteas van de bioscoopzaal op de eerste verdieping legde Wils in de diagonaal van het bouwterrein zodat zoveel mogelijk plaatsen goed zicht op het doek hadden" [Arcam, zie arcam.nl/city-theater/]. Maar de vierkante zaal was te ondiep voor de breedte met ongunstige verhoudingen en slechte zichtlijnen tot gevolg. City kreeg het grootste balcon van Amsterdam, zo groot dat zelfs na een driedeling in 1976 het voormalige middenbalcon een indrukwekkende zaal bleef.

Het theater werd razendsnel binnen een jaar gebouwd dankzij staalskeletbouw, goed zichtbaar op Stadsarchief beeldbankfoto's en een Polygoon documentaire uit 1935. In haar lange bestaan werd City zo vaak verbouwd dat geschertst werd dat City altijd ofwel wordt verbouwd, of net is verbouwd, of plannen daarvoor heeft. In 1967 veranderde het aanzien ingrijpend want "een beplating wordt aangebracht over de bakstenen gevel" volgens Paul Broers [Binnenstad, augustus 1994]. "Dat dit blinde gevaarte een Wils-creatie is, en daarom een beschermd rijksmonument, weet bijna niemand meer... De geometrische gevelvormen waren met frisse, gele tegels bekleed; samen met de afgeronde glazen traptoren - die er gelukkig nog is - stond hier een vitaal, modern gebouw dat door harteloze beeldenstormers aan het eind van de jaren zestig met aluminiumplaten en futloos grijs marmer onherkenbaar werd verminkt" volgens Max van Rooy [De ongebouwde theaters van Amsterdam, 1996]. Ook verdween de neon gevelverlichting met een indrukwekkend nachtelijk patroon van licht-architectuur.

"Ook bijzonder was de 'hangende' cabine constructie die door de operateurs alleen via het dak van de grote zaal te bereiken was" volgens Arnold van Kernebeek [bioscoopgeschiedenis.com/bioscopen/noord-holland/amsterdam/city-theater-amsterdam-1935-heden.html]. Ook de projectie onderging meermaals veranderingen. Op 30-4-1954 ging QUO VADIS in première "op nieuw groot panoramisch doek" maar nog geen breedbeeld en vóór het CinemaScope tijdperk [zie gevelreclame op beeldbank Nationaal Archief]. City was de laatste commerciële bioscoop waar 70mm werd geïnstalleerd, kennelijk na enige aarzeling en pas in 1969 aan het eind van het echte 70mm decennium. Op 1-5-1969 sloot City circa drie maanden voor renovatie maar op 10 juli werd aangekondigd: "de heropening is ivm het installeren van 70mm Todd-AO projectie uitgesteld tot eind augustus" en op 28 augustus werd de heropening nogmaals uitgesteld tot medio september.

"City heeft er ruim vierhonderd plaatsen voor moeten opofferen maar is met 1350 stoelen toch het op één na grootste theater van ons land gebleven [na Tuschinski]... Achter de wanden en onder de vloer is voor ruim een miljoen aan techniek weggewerkt [zoals] een uitgekiend stereofonisch geluidssysteem, dat aan de vele geluidssporen van de 70mm film het vereiste recht doet. In de cabine staan twee 70mm projectoren, samengesteld uit componenten van verschillende fabrikaten, waardoor een uitgetest maximum projectieresultaat kan worden behaald. De capaciteit in lichtopbrengst is net zo groot als gebruikt wordt voor de grote Amerikaanse drive-in bioscopen" ["Film", 1-10-1969].

"Het toneel is op het eerste plan, links en rechts aanzienlijk vergroot, mede in verband met de nieuwe 70mm projectie op een 16x8 meter doek, dat automatisch naar de zijkant weg kan schuiven (e.e.a. verzorgd door NV Kinotechniek). In de kabine is de allernieuwste 70mm apparatuur geplaatst - kombinatie Philips-Zeiss Ikon (NV Kinotechniek) - welke, mede ook door de Xenon lichtbron van 6.500 watt, een optimaal geluid- en beeldweergave garandeert. De totale apparatuur is uniek voor Nederland" [NWC, 26-9-1969]. Er werden twee Philips DP75 35/70mm projectoren geïnstalleerd met Zeiss Ikon-Xenosol lamphuis, nog steeds met projectie onder een extreem schuine hoek vanuit de oorspronkelijke cabine boven het balkon, bij de opbouw aan de Korte Leidsedwarsstraat [zie ook foto in: Beeld en Geluid, Zeiss Ikon, maart 1970].

City kreeg twee verschillende projectieschermen want bij 70mm werd na het voorprogramma van doek gewisseld. Na het voorprogramma op kleiner doek kwam achter gesloten gordijn met enig geritsel het grote scherm te voorschijn. De heropening was op 18-9-1969 met onder meer de 70mm short SKY OVER HOLLAND.

Zie voor de latere ontwikkelingen ook de tekst achter het volgende vertoningsoverzicht.

CITY 70MM VERTONINGEN (9? HOOFDFILMS TOT 1982?)

01).08-01-1970: BEN-HUR. Reprise maar eerste 70mm vertoning. 
De nederlandse première in 1960 was een 35mm CinemaScope reductie met "een kaderbalk (kleinere beeldhoogte) op het filmbeeldje, vanwege het extreem brede Camera-65 negatief [1:2.76]. Maar bij hernieuwde uitbreng, nu op vlak 70mm in de jaren 70 werd de breedte wel harteloos afgehakt. Op een scherm van 14 meter miste je dan in de breedte totaal 3,50 meter" volgens George Schuller, ofwel een 'amputatie' van 20 % [Journal of Film Preservation, november 2007]. Er verscheen een Nederlands programmaboek.

02).02-07-1970: GONE WITH THE WIND (blowup). Reprise.

03).15-04-1971: LAWRENCE OF ARABIA. Reprise.

04).30-09-1971: LEBEDINOE OZERO / HET ZWANENMEER. Première.
Dit was een Sovjet balletfilm zonder ondertitels, in enkele zondagochtendvoorstellingen.

Voor 12 en 13-6-1973 vermeldde City een 70mm reprise van THE SLEEPING BEAUTY. Zoja dan zou dit de eerste 70mm vertoning zijn in Amsterdam (alsnog na 14 jaar) maar het was 35mm volgens George Schuller.

05).12-12-1974: CLEOPATRA. Reprise.
Hier werden de sporen van het weinig gebruikte 70mm scherm zichtbaar. "Dat het scherm voor grootbeeldprojectie ook van stal gehaald moest worden was dan ook wel te zien. Dit staat zig-zag opgevouwen opzij van het toneel en wordt alleen voor 70mm films gebruikt. Dit scherm was door het lange staan in een soort zebrapad veranderd wat vooral bij vrij heldere scènes geen gezicht was" [Freek Dozy, NBF-Bulletin, april 1975].

06).05-06-1975: MY FAIR LADY. Reprise.

07).10-06-1976: TORA! TORA! TORA! (blowup). Reprise. 
Formaat bevestigd door George Schuller.

08).24-03-1977: PATTON. Reprise.

09).01-07-1982: THE SOUND OF MUSIC. 70mm reprise?
Er werd een "fonkelnieuwe kopie" aangekondigd, waarvan het formaat onbekend is.

BESLUIT

Na de verbouwing in 1976 van het monumentale balkon tot zaal 5-6-7 werd niet meer in de grote zaal geprojecteerd vanuit de cabine boven het balkon maar meer centraal op het doek vanuit een latere 70/35mm cabine op de vloer achterin de grote zaal. Van zaal 7 midden op het balkon kon de projectiewand aanvankelijk worden verwijderd zodat het technisch mogelijk bleef om vanuit de hoge cabine boven het balkon in de grote zaal te projecteren.

In 1992 begon een totale renovatie voor twaalf miljoen gulden van anderhalf jaar die duurde tot juli 1994. "In zaal 1 hangt een 17 meter breed doek, het grootste van Nederland" [Amsterdams Stadsblad, 13-7-1994]. Hiermee keerde de afmeting van het vroegere Bellevue Cinerama scherm terug in Amsterdam, maar voor 35mm vertoning en zonder het indrukwekkende geluid van Bellevue. Op een amateurfilm van Fred Fullerton uit 1999 vertelt operateur Egbert Habes dat nog steeds 70mm kan worden geprojecteerd op een Philips DP75 projector. In 2006 stond deze in de cabine achterin de grote zaal voor 35mm gebruik (met Cinemeccanica lamphuis).

Sinds 2007 werd City opnieuw ingrijpend verbouwd, door Rappange & Partners die ook Tuschinski, Nöggerath en voormalig Luxor aanpakte [zie rappange.nl].

De gevelplaten uit 1967 verdwenen en de voorgevel uit 1935 keerde terug met de oorspronkelijke gele bakstenen, die alleen aan de Korte Leidsedwarsstraat resteerden. Links naast de massieve toneeltoren kreeg ook de oorspronkelijk 45 meter hoge ronde glazen toren (met eenpersoons wenteltrap) zijn bekroning met lichtreclame terug en de C-I-T-Y letters op het dak zijn weer vervangen door het oorspronkelijke lettertype op de gevels (nog te zien op een Polygoonjournaal uit 1935). Sousterrain met voormalige zalen 3 en 4 werd december 2009 deels Jack's Casino aan ingang Korte Leidsedwarsstraat, onder de toneeltoren opende maart 2010 restaurant Little Buddha, en het zalencomplex heropende november 2010. "In november [2006] is het gebouw officiëel [gemeentelijk] monument geworden. In overleg met de monumentencommissie wordt de bioscoop nu flink onder handen genomen. 'Alleen de trappenstructuur en de constructie blijven bestaan' meldt [projectleider Bernard] van der Schans... De gevel wordt met behulp van bouwtekingen zoveel mogelijk in oude staat hersteld. ‘Het is een impressie zoals wij denken dat het is geweest', aldus Van der Schans" [Wietse Schmidt, City wordt arthouse bioscoop, Echo, 24-1-2007]. Wat eens Nederlands grootste zaal was heropende 30-11-2010 met ruim 600 plaatsen in zeven zalen met 69 tot 110 stoelen en digitale projectie. Alleen zaal 5 en 6 hebben tevens 35mm projectoren. Het indrukwekkende trappenlabirint is ongewijzigd en de gevel is een landmark voor Amsterdam, ook in het donker met het herstelde patroon van lichtdecoratie.
Zie ook 
cinematreasures.org/theaters/11200 
nl.wikipedia.org/wiki/City_Theater_(Amsterdam)
theobakker.net/pdf/bioscopen.pdf