Hafbo's Super Technirama

SUPER TECHNIRAMA

Veel Hafbo 70mm prints waren niet op 65mm negatief opgenomen maar op afwijkend 35mm negatief met horizontaal filmtransport in de camera en een goede beeldverhouding (met horizontale compressie maar juiste hoogte) om later hoogwaardig op 70mm te kunnen printen. De 35mm prints werden Technirama genoemd en de 70mm prints heetten Super Technirama. De meeste van de circa dertig Technirama producties werden hier op 35mm uitgebracht. Hafbo was hierop echter een uitzondering met Super Technirama prints van THE SLEEPING BEAUTY (1959, Disney-animatie), EL CID, 55 DAYS AT PEKING, CIRCUS WORLD en CUSTER OF THE WEST. De enige Super Technirama film die niet door Hafbo is gedistribueerd is SPARTACUS van Universal. Er zijn ook Nederlandse PETER STUYVESANT en HOUSE OF ENGLAND commercials in Super Technirama vertoond.
Technirama is een samentrekking van Technicolor en Delrama, voortgekomen uit het anamofische breedbeeldysteem Delrama en ontwikkeld door de nederlandse maatschappij NV Optische Industrie De Oude Delft [cinematographers.nl/FORMATS3.html]. "Dit systeem bestaat uit twee geslepen prisma's met speciaal berekende gebogen oppervlakken en wordt sedert 1956 over de gehele wereld gebruikt onder de handelsnaam Technirama" volgens S.I. van Nooten [Bijdragen van Nederlanders aan de geschiedenis van de filmtechniek, 1975].

HAFBO

EL CID was in 1961 de eerste film in Nederland waarvan twee 70mm prints tegelijk in première gingen [NWC, 8-12-1961], in 1962 gevolgd door een derde 70mm print (en tien 35mm prints). Deze film werd gedistribueerd door Hafbo (Holland-America Film Booking Office) Amsterdam, een grote 70mm distributeur met minstens tien 70mm titels. Van Hafbo bleven ook 70mm trailers bewaard, maar de pakkende Hafbo-leader ontbrak op 70mm prints.

Paul Kijzer (met Piet Meerburg ook medeoprichter van de Filmmuseum voorloper) werd eigenaar van Hafbo in 1953, volgens Dana Linssen [Kriterion, vijftig jaar onderlinge studentensteun, 1995]. Hij was directeur van Hafbo in Amsterdam van 1956-1966, vertelde hij in 2007. In 1962 sloot Kijzer met EL CID producent Samuel Bronston een contract voor distributie van 55 DAYS AT PEKING, CIRCUS WORLD en THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE. Met ruim 2 miljoen gulden was dit de grootste investering ooit door een Nederlandse verhuurder gedaan. Hiervoor publiceerde Hafbo een extra editie van Nieuw Weekblad voor de Cinematografie [NWC, 21-12-1962]. THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE kreeg een paginagrote krantenadvertentie. Men bedenke hierbij "dat de NBB in februari 1950 besloot dat filmverhuurders in dagbladen geen advertenties mochten plaatsen die groter waren dan 200mm" volgens Inge de Wilde [In het voetspoor van Frits Strengholt, 2014].

70mm prints kregen in de Verenigde Staten hogere huurtarieven zoals BEN-HUR van MGM in 1959. "Om de hoge productiekosten te dekken vroeg de filmmaatschappij gedurende de eerste weken een filmhuur van maar liefst 70% van de recette. In de derde week, zo legde de exploitant uit, zou deze zakken naar 60% om daarna pas naar voor exploitanten redelijke percentages af te dalen" volgens Heerlense operateur Ivo Senden in zijn boek [Royal 1938-2008]. Voor CLEOPATRA betaalden de Limburgse Royal bioscopen een garantie van 50.000 dollar aan 20th Century-Fox volgens Ivo Senden in 2007. "De Nederlandse Bioscoopbond schreef in die jaren voor, dat alleen in uitzonderingsgevallen toestemming kon worden verleend om filmhuren van meer dan 50% te verlangen. Hafbo heeft die toestemmingen [bij 70mm prints] altijd gekregen plus het recht om geldelijke garanties van de exploitanten te verlangen, hetgeen normaler wijze uitsluitend werd toegestaan voor Nederlandse films" volgens Paul Kijzer in 2007.

Per 1-11-1964 tekende Hafbo in Parijs een contract voor distributie van alle MGM films in Nederland [NWC, 30-10-1964]. Op 1-11-1967 verliep dit contract na een conflict over Hafbo's zelfstandigheid [NWC, 1-12-1967] en MGM films verhuisden naar City Filmdistributie die daarna een grote 70mm distributeur werd. MGM-Hafbo 70mm prints waren HOW THE WEST WAS WON, DOCTOR ZHIVAGO en GRAND PRIX. Na een jaar vertoning in Bellevue wisselde DOCTOR ZHIVAGO van distributeur en verloor Hafbo haar grootste 70mm succes. Na afloop van het MGM contract en failliet van Samuel Bronston had Hafbo nooit meer 70mm successen want CUSTER OF THE WEST en KRAKATOA EAST OF JAVA zijn vergeten fims. Ook Hafbo ging uiteindelijk failliet.

EYE heeft Hafbo bedrijfsarchief met onder meer ordners betreffende Samuel Bronston produkties waaronder contracten tussen Hafbo en Bronston Productions USA en rechtsopvolgers als Bronston-Midway Productions USA, Bronston-Prado Productions USA, Bronston Distributions Spain, Bronston Distributions Netherlands Antilles, P.C. Films Corp. USA. De contracten betreffen ook Nederlandse televisie uitzending en vertoning in Suriname en de Antillen. Verder bevat het boekhouding, bioscoopweekstaten (zonder filmformaatvermelding), filmconditierapporten, laboratoriumzaken als filmvernietiging, correspondentie en een incompleet kaartsysteem per kopie (35mm, 70mm, trailer) met Nederlansde bioscoopvertoningen.

Hafbo verklaarde in 1967 bij EL CID, 55 DAYS AT PEKING en THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE per titel te beschikken over 3x 70mm prints en 10x 35mm prints. Na afloop van het EL CID contract schreef Hafbo directeur H.N. de Haan in een brief van 1-6-1967 aan Titra Film Laboratorium “Wij verzoeken u onderstaand materiaal van de film EL CID te willen vernietigen en ons een verklaring in 4-voud hiervan te doen toekomen: 3 - 70mm feature prints, 3 - 70mm trailers, 10 - 35mm feature prints, 19 - 35mm trailers”. Op 8-6-1967 heeft Titra dit bevestigd in een Engelstalige brief. Toch heeft EYE twee EL CID 70mm prints van Hafbo.

Een EL CID contract uit 24-1-1961 is getekend door Samuel Bronston en Paul Kijzer. Bronston schrijft onder meer “You will treat with the gross receipts of distribution as follows: you will deduct therefrom the cost of prints and advertising. From the balance you will deduct Twenty-four percent (24%) as your distribution fees. You shall retain the remaining balance Seventy-six percent (76%) until you have recouped the aforesaid amount of Seventy-five-thousand dollars. Thereafter the gross receipts will be dealt with as follows: additional prints and advertising deducted and the remainder divided Thirty percent (30%) to you and Seventy percent (70%) to us”. Hoewel EL CID is geproduceerd door Samuel Bronston Productions, USA, tekent Bronston namens “Bronston Distributions N.V. Curacao” maar “Accepted and agreed at Madrid”.

Het Hafbo bedrijfsarchief bevat ook overzichten met bioscoopweekrecettes en afdrachtpercentages. Flora Amsterdam was een belangrijke premierebioscoop voor Hafbo's Samuel Bronston films. Flora's EL CID premiereweekrecette in 1961 bedroeg fl 21.845 met een afdracht van fl 15.291 ofwel 70%. De achtste weekrecette was fl 11.429 met een afdracht van 43,1% en de zestiende weekrecette bedroeg fl 7.265 met een afdracht van 10,5%. Bij de premiereweek van 55 DAYS OF PEKING in 1963 was de afdracht weer 70%, in de zevende week 50%. Wegens Flora's aanhoudende MY FAIR LADY succes was de premiere van Hafbo's CIRCUS WORLD in Du Midi. Bij de eerste premiereweek van CIRCUS WORLD in 1965 was de afdracht echter geen 70% maar 45%. Bij Bellevue's eerste repriseweek van EL CID in 1970 was de afdracht 35%, en bij Bellevue's eerste repriseweek van THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE in 1973 was de afdracht 32,5% en de tweede week 30%.

Verzamelaar Rob Valkenburg had sinds begin jaren zeventig veel contact met de latere Hafbo-directeur H.N. de Haan, toen in Utrecht. "Vrij kort na het uitbrengen van EL CID en THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE kreeg Hafbo de opdracht om bepaalde scènes uit de films weg te snijden. In die tijd was het zo dat als een grote produktie klaar was het eerst in een beperkt aantal theaters werd vertoond tegen zeer hoge toegangsprijzen, zodat alleen de gegoede burgerij de films gingen zien. Dit waren de zogenaamde 'roadshow' versies. Na een aantal weken werden deze films uit roulatie genomen om vervolgens ingekort te worden, waarna ze opnieuw in andere, minder luxe theaters vertoond werden tegen goedkopere toegangsprijzen voor het gewone publiek. De heer De Haan was echter van mening dat dit amerikaans gebruik in Nederland niet van toepassing was en heeft hier dan ook niets mee gedaan. En zo werd mij regelmatig verteld dat de heer De Haan de enige komplete [70mm] versies in de wereld had" volgens Rob Valkenburg in 2006.

Paul Kijzer heeft evenmin 35mm prints laten inkorten. "Zolang ik direkteur van Hafbo ben geweest, is er ná de première-vertoningen (en soms ook reprises) nimmer iets uit de 35mm versies van de films geknipt. Indien dit wel zo geweest zou zijn, dan hadden de films opnieuw aan de toenmalige Centrale Commissie voor de Filmkeuring aangeboden moeten worden voor nieuwe keuringskaarten met gewijzigde lengte" volgens Paul Kijzer in 2007. Regelmatig zijn beide lengtes gepubliceerd (bijvoorbeeld ICE STATION ZEBRA op 35mm 4024 meter lang, op 70mm een lengte van 5030 meter) maar meestal is hierbij slecht de 35mm lengte bekend.

Over het zogenaamde lakken van 70mm films meldt Rob Valkenburg het volgende. "Het is algemeen bekend dat films gaan verkleuren en dat is een groot probleem voor de verhuurkantoren. Op een gegeven moment is voor dit probleem een oplossing gevonden, er was een soort lak samengesteld dat verkleuring tegen ging. Hafbo kreeg opdracht om een aantal films te laten 'lakken'. Het ging om o.a. de Bronston films en de Cinerama films [CUSTER OF THE WEST en KRAKATOA van Cinerama Corporation]. De heer De Haan had er echter geen vertrouwen in, hij was van mening dat deze laklaag uiteindelijk de films zou kunnen beschadigen. Hij weigerde dan ook om zijn kopieen te laten behandelen. Jaren later bleek dat hij gelijk kreeg. Ik denk eind jaren 80 wilden de eigenaren van de Bronston films (PC Films Corporation) de vier laatste films op laserdisc uitbrengen. Om dit te kunnen doen hadden ze goede kopieen nodig welke ook nog kompleet waren (roadshow versie). Helaas, de gelakte films waren behoorlijk en vaak onherstelbaar beschadigd en de niet gelakte films waren behoorlijk ingekort. Hafbo kreeg de opdracht om o.a. de film THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE naar de USA te zenden met de belofte dat deze na gebruik weer teruggezonden zou worden. De heer De Haan had er geen vertrouwen in en was bang dat de films nooit meer zouden terugkomen en heeft er dan ook niet op gereageerd" volgens Rob Valkenburg. De Bronston films kwamen later bij het Filmmuseum en daardoor bleven unieke originele 70mm prints behouden.